Elke keer als ik mijn fineliner op het papier zet, opent zich een poort naar een andere wereld. Een wereld die alleen bestaat in lijnen, stippen en stilte. Vandaag vloeide mijn hand haast automatisch, geleid door iets dat niet van deze aarde leek. Het resultaat: een buitenaards landschap dat zich als een droom uitstrekt over het witte vlak.
Aan de horizon rijzen slanke, vlamachtige vormen op als wachters van een vergeten wereld. Ze lijken te leven, ademend met een innerlijk licht dat zich niet laat vangen door kleur, enkel door contrast. In hun statige houding voel ik een zekere sereniteit, maar ook een waakzaamheid. Alsof zij de grens bewaken tussen het bekende en het onverklaarbare.
Rechts in de compositie groeit een structuur uit een kronkelende stam, die als een boom lijkt, maar ook als een portaal. Binnenin schuilt een gebouw, delicaat en krachtig tegelijk. Een figuur staat in het midden, gevangen of misschien juist verheven in een glazen koepel. Boven hem krullen lijnen als luchtstromen of gedachten, als een kosmische kaart die alleen hij kan lezen. Onder hem rust een balanspunt, een kom of schaal waarin licht en schaduw samenkomen.
Onder de grond kronkelen patronen als tunnels of wortels – ze herinneren aan het binnenste van een organisme of het labyrint van het onderbewuste. Elk segment, elk blokje in die ondergrondse stroom, lijkt een cel vol herinneringen, geheimen, misschien zelfs energie. Ik voel hoe het leven zich niet alleen boven de aarde afspeelt, maar juist ook daar waar we niet kijken.
Rechts onderin, alsof het landschap zelf fluistert, staat mijn naam: Lucifera. Geen dreiging, geen duisternis, maar een licht dat uit de schaduw geboren wordt. De naam draagt iets mysterieus, iets ouds, iets wat terug wil gevonden worden.
Tijdens het tekenen verloor ik mij in deze wereld. Niet omdat ik haar begreep, maar omdat ik haar voelde. De stippen, de lijnen, de herhalingen – ze vormden een ritme dat me meenam, als een mantra op papier. En terwijl ik tekende, leek deze wereld zich niet te laten scheppen, maar eerder te herinneren.
Nu ik ernaar kijk, weet ik dat het meer is dan een landschap. Het is een ontmoeting met iets dat diep in mij leeft, en toch van ver komt. Een spiegel van het onbekende in mijzelf. En elk stipje inkt is een sterrenstofje op het pad naar dat innerlijke universum.
Dit werk is geen antwoord. Het is een vraag, een ademtocht, een fluistering van een ander soort stilte. Een buitenaards gebed, vastgelegd in fineliner.
