Lange tijd klonk waterstof als de magische oplossing voor zowat elk klimaatprobleem. Vandaag de dag is de markt een flinke dosis realisme rijker. De “hype-fase” waarin het ene na het andere miljardenproject werd aangekondigd, heeft plaatsgemaakt voor een pragmatische focus op wat écht werkt.
Waar batterij-elektrisch rijden (BEV) de personenwagens en het lichtere distributievervoer inmiddels domineert, blijft waterstof de grote belofte voor sectoren die simpelweg te zwaar zijn voor een batterij. Hoe staat de vlag er nu voor in de zware industrie en het transport?
1. Zwaar transport: de strijd tegen netcongestie
In de transportsector is de discussie gekristalliseerd. Voor kortere ritten en lichtere vracht is elektrisch rijden op batterijen veruit de goedkoopste optie. Maar zodra we kijken naar zwaar transport (boven de 30 ton), extreem lange afstanden en zware industriële werktuigen, verandert het verhaal.
Bedrijven lopen in toenemende mate aan tegen de grenzen van het elektriciteitsnet (netcongestie). Het opladen van een vloot elektrische megatrucks vereist een stroomaansluiting die op veel bedrijventerreinen simpelweg niet beschikbaar is. Hier biedt waterstof een serieuze uitweg.
- De Voordelen: Een waterstoftruck tankt in minder dan 15 minuten vol, heeft een flinke actieradius (tot wel 600 kilometer op één tank, zoals de nieuwere MAN hTGX-modellen) en verliest nauwelijks laadvermogen aan zware accupakketten.
- De Knelpunten: De Total Cost of Ownership (TCO) blijft de grootste drempel. Rijden op groene waterstof is momenteel nog fors duurder dan rijden op diesel. Daarnaast worstelt de sector met het klassieke kip-en-ei-probleem: transporteurs willen pas trucks kopen als er genoeg tankstations zijn, en exploitanten bouwen pas tankstations als er trucks rijden.
Gelukkig komt er vanuit de overheid flinke ondersteuning. Regelingen zoals de SWIM-subsidie pompen tientallen miljoenen in de markt om zowel de aanschaf van trucks (tot €300.000 subsidie per voertuig) als de bouw van tankstations te versnellen. Inmiddels rijden er honderden waterstoftrucks op de Europese wegen en breidt het netwerk van 350- en 700-bar tankstations zich gestaag uit.
2. Zware industrie: focus op “onmisbare” decarbonisatie
In de zware industrie — denk aan de staalproductie, chemie en raffinaderijen — is waterstof geen optie, maar een absolute noodzaak om de klimaatdoelen te halen. Deze processen vereisen zulke hoge temperaturen of specifieke chemische grondstoffen dat elektriciteit alleen niet volstaat.
De trend is hier heel duidelijk: de markt verschuift van papieren ambities naar gedisciplineerde oplevering. Kapitaal stroomt selectief naar projecten die kunnen rekenen op gegarandeerde industriële afnemers en directe toegang tot grootschalige infrastructuur.
- Infrastructuur in Aanbouw: Er wordt hard gewerkt aan een landelijk waterstofnetwerk dat de grote industriële regio’s (zoals de Rotterdamse haven, Chemelot en North Sea Port) met elkaar, met buitenlandse markten en met grootschalige opsallocaties verbindt.
- Subsidie-injecties: Met regelingen zoals de SDE++ (waarvoor miljardenbudgetten worden vrijgemaakt) en specifieke demonstratiesubsidies probeert de overheid het prijsverschil tussen grijze waterstof (gemaakt uit aardgas) en hernieuwbare groene waterstof te overbruggen. Projecten boven de 50 MW krijgen nu meer financiële zekerheid voor de lange termijn, wat essentieel is om de gigantische investeringen over de streep te trekken.
Terwijl Europa en de VS vechten met regelgeving en businesscases, zien we dat China in hoog tempo de markt begint te domineren door de razendsnelle en goedkope uitrol van electrolyzers (de apparaten die water splitsen in waterstof en zuurstof).
Gerichte toepassing in plaats van alles-oplosser
Waterstof wordt niet de brandstof die onze auto’s aandrijft of onze huizen verwarmt; die strijd is gestreden. Maar het is wel de onmisbare ruggengraat voor de verduurzaming van de zwaarste schakels in onze economie.
De komende jaren staan volledig in het teken van schaalvergroting: het bouwen van de pijpleidingen, het omlaag brengen van de productiekosten per kilo en het strategisch inzetten van waterstof daar waar batterijen het simpelweg laten afweten.








