Sommige tekeningen ontstaan niet uit techniek, maar uit trance. Mijn inktportret van Medusa is zo’n werk, een visuele bezwering, een ritueel op papier. Geen monster, geen mythe, maar een archetype dat zich uitstrekt voorbij tijd en interpretatie.
Medusa, de vrouw met slangenhaar, verschijnt hier niet als een figuur om te vrezen, maar als een poortwachter van het onderbewuste. Haar ogen zijn wijd open, intens en onvermijdelijk. Ze kijkt niet naar je, ze kijkt door je heen. Uit haar mond kronkelt een slang, als een gebed dat zich losmaakt van het lichaam, een fluistering van transformatie.
De slangen die uit haar hoofd en schouders groeien zijn geen ornamenten, maar levende lijnen. Ze wikkelen zich om haar armen, kruipen langs haar huid, bewaken haar denken. Elk schubje is met fineliner vastgelegd als een mantra. Haar lichaam is gehuld in geometrische patronen, als een exoskelet van symboliek: bescherming, herinnering, kracht.
Rond haar ogen en voorhoofd heb ik stippen en lijnen geplaatst, als sterrenbeelden op een innerlijke kaart. Ze vormen een kosmische codering van haar lot, een visuele taal die spreekt over trauma, transformatie en het vrouwelijke dat weigert te buigen.
Medusa is hier niet om te verstenen, maar om te ontmaskeren. Haar blik is een test: durf jij jezelf te zien zonder illusie? Tijdens het tekenen voelde ik haar energie, niet als een entiteit, maar als een trilling in mijn hand. Het was geen illustratie, maar een bezwering. Een visuele incantatie die vraagt: wat heb jij verstopt in je schaduw?
Deze tekening is mijn antwoord op die vraag. Een ritueel in inkt. Een spiegel van het ongetemde.
