De oproep van de kameleon

kameleon

Elke keer dat mijn fineliner het papier raakt, voel ik hoe ik oplos: niet verdwijn in afwezigheid, maar smelt in ritme, in vorm, in ruimte. Vandaag ontwaakte ik in een kameleon, een fluïde schim die zichzelf tastbaar tekende. Het witte vel ademde zacht onder mijn aanraking, alsof het al wist dat hier iets zowel vergankelijk als eeuwig zou ontstaan.

Langs de linkerkant ontvouwde zich zijn kop: zware contouren van zwarte inkt omlijnden zijn jukbeenderen en ogen, terwijl het binnenste terrein leek te gloeien van afwezigheid – een netwerk van sporen en stippen als echo’s van gekleurde dromen. In zijn oog draaide een cirkel van aandacht, stil en ongrijpbaar, een lens waarmee hij fluisterde: “Zie hoe verandering woont in elke schub.”

Zijn lijf kronkelde verder, een mozaïek van fijne strepen en blokken, patronen die aan hiërogliefen doen denken: ritmes van verschuiving, coderingen van transformatie. De contour volgde de vlucht van zijn rugkam, zijn geplooide huid leek uit te rekken en weer in te krimpen, een geheimschrift dat enkel mijn hand voelde trillen in de inkt.

De achtergrond groeide langzaam om de kameleon heen, niet als opvulling, maar als echo van de balans die ik zocht. Golvende patronen, als stromend water of ademhalingen, vulden het papier en vulden mij met een gevoel van vrede. Elke lijn vond zijn plek in het geheel, alsof mijn fineliner precies wist waar hij moest zijn.

Wat mij het diepst raakte tijdens dit proces, was het besef dat in elke zwarte lijn een witte ruimte schuilt, en vice versa. Dat elk duister moment al het zaadje van licht in zich draagt. En dat rust en beweging geen tegenpolen zijn, maar elkaars schaduw. In het hart van dat contrast huist een stille waarheid.

Onder zijn pootjes strekte zich het ruwe takje uit: de nerven van het hout waren met fijngestreepte inktlijnen verdiept, terwijl de ongevulde groeven wit lieten ademen. Langs de schors ontvouwen zich minuscule cellen en fragmenten van stilte, kleine vensters naar onzichtbare diepten waarin elke spleet een geheim draagt. Elke inktscheur in de bast nodigt uit tot herordening, elke hoek fluistert van verschuiving.

Toen ik de laatste lijn langs de schors trok, zag ik de kameleon van binnenuit gloeien – niet met verblindend vuur, maar met een zachte fluïde gloed die door mij heen stroomde, geleid door mijn alter ego Lucifera.

Ik verloor haast en zelfbeeld; er was alleen overgave. In de linkerhoek plaatste ik mijn zegel: “Lucifera”. Niet enkel een signatuur, maar een toegangspoort.

Dit is geen inkttekening.
Dit is een oproep.
Een echo van eeuwige metamorfoses.
Een vluchtig, gloeiend licht in het hart van de duisternis.
Dit is Lucifera’s domein.
En ik keer er telkens weer naar terug.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *