De inkttekening van het buitenaardse landschap

buitenaards landschap

Elke keer als ik mijn fineliner op het papier zet, weet ik dat ik verdwijn. Niet in de zin van afwezig zijn, maar in het volledig oplossen; in vorm, in ritme, in ruimte. Vandaag werd ik wakker in lijnen die zichzelf leken te tekenen. Het papier was stil, maar niet leeg. Alsof het al wist wat er moest verschijnen. Ik volgde slechts.

Links groeide een boom. Maar geen boom die je kent. Zijn lichaam was zwaar van inkt, zijn kruin licht van afwezigheid. Bladeren? Nee. Fragmenten. Gespreide herinneringen in de lucht, als schaduwen die geen oorsprong meer nodig hebben. Zijn wortels duiken omlaag in een ondergrond die lijkt op huid en steen tegelijk. Alsof de wereld daarbinnen net zo levend is als erboven.

Rechts rijst een raadselachtig bouwwerk op uit de grond. Is het een observatorium? Een heiligdom? Een communicator met het onbekende? De schaal erboven draagt een wereld in miniatuur, of misschien een gedachte in materie gegoten. De sokkel lijkt opgebouwd uit ritmische patronen, als een tekst die ik niet kan lezen, maar wel kan voelen. Elk streepje, elk stipje, resoneert met een innerlijke klank die ik alleen hoor als ik stil genoeg ben.

De ondergrond is niet zomaar vulling. Het is een kaart. Een weefsel. Een geheugen van de planeet zelf. De vlakken lijken cellen, kamers, poorten. Elk met hun eigen adem. Ze sluiten niets op. Ze bewaren. In stilte.

In de rechterhoek staat de naam van mijn alter ego: Lucifera. Niet geschreven, maar verankerd. Een zegel. Als teken dat ik daar was, of daar nog steeds ben. Drager van het licht, niet van het felle, verblindende soort, maar het licht dat zacht gloeit in de duisternis. Het licht dat patronen onthult als je goed kijkt. Het licht dat je niet ziet, maar voelt. In de geduldige opbouw van een wereld die zich langzaam ontvouwt als je durft te blijven kijken.

Tijdens het tekenen voelde ik geen haast. Er was alleen overgave. Alsof mijn hand iets herinnerde dat mijn hoofd nog niet kende. De lijnen groeiden zoals wortels groeien: stil, zeker, zoekend. En ergens onderweg werd ik niet alleen maker, maar bewoner.

Dit landschap is niet bedacht. Het is beluisterd. Het kwam niet uit mij, maar door mij heen. En nu het op papier ligt, weet ik:

Dit is geen tekening.
Het is een grensgebied.
Tussen werelden.
Tussen binnen en buiten.
Tussen vergeten en weten.
Dit is Lucifera’s domein.
En ik keer er telkens weer naar terug.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *